De nieuwste column (december 2017)

Het uniform van kinderlijkheid

“Wij hebben kinderen het uniform van kinderlijkheid aangetrokken en we geloven dat ze van ons houden, ons respecteren en vertrouwen, dat ze onschuldig, lichtgelovig en dankbaar zijn. Perfect spelen wij de rol van belangeloos verzorger; we zijn ontroerd als we denken aan de offers die wij gebracht hebben en men kan wel zeggen dat we er voorlopig wel bij varen.” (UIT: Janusz Korczak, Hoe houd je van een kind, Amsterdam 1986)

Op scherpe wijze fileert Korczak het beeld van kinderen dat volwassenen er graag op na houden: onschuldige, kwetsbare wezentjes, engelachtige gezichtjes, ach…. zielig.

Waarom denken wij zo over kinderen? Omdat we er voorlopig wel bij varen, zegt Korczak. Het geeft ons macht, het geeft ons het recht om hen afhankelijk van ons te maken en het geeft ons de mogelijkheid in het voordeel van volwassenen te beslissen als het zo uitkomt. En die kinderen moeten dan vooral dankbaar zijn, wij offeren ons immers belangeloos voor hen op!

Je zou denken dat Korczak zelf toch wel enig recht van spreken had. Hij trouwde niet, ging bij al die kinderen in het weeshuis wonen, stond 24 uur per dag voor hen klaar en offerde zich inderdaad voor hen op, ging met hen mee de trein in en begeleidde hen tot in de dood. Juist hij durft dit toch aan de kaak te stellen. Doe je dat allemaal nou werkelijk voor die kinderen of is het puur narcisme, komt het je wel goed uit en streelt het je eigen ego? Heb je het beste met hèn voor, of gaat het meer om het beste voor jezelf?

Dat uniform van kinderlijkheid klopt namelijk niet! Kinderen zijn weliswaar kwetsbaar en in veel gevallen afhankelijk, maar wij zijn dat ook. Kinderen zijn volwaardige mensen, hebben rechten en plichten, zij zullen net als volwassenen voortdurend het gevecht tussen goed en kwaad in zichzelf moeten leveren. Ze zijn niet onschuldig en lichtgelovig. Natuurlijk hebben ze jou nodig om hen te steunen bij dit gevecht, maar dat is wederzijds. Jij hebt hen ook nodig als steun in jouw leven. Maar denk niet dat jij als volwassene het kind wel eens even zal leren hoe dat moet. Dan zegt Korczak:

Laat een kind zondigen. Laten we niet proberen om alles te voorkomen, bij elke aarzeling onmiddellijk de juiste weg te wijzen, bij elk gevaar te hulp te snellen. Laten we eraan denken dat wij op ogenblikken van hevige strijd misschien niet aanwezig kunnen zijn. Laat het zondigen. Als de nog zwakke wil tegen de hartstocht vecht, laat hem dan in deze strijd gerust eens een nederlaag lijden. Laten we eraan denken dat de morele weerstand van een kind moet worden getraind en moet groeien in schermutselingen met zijn eigen geweten.” (UIT: Janusz Korczak, Hoe houd je van een kind, Amsterdam 1986)

Wij vinden bepaalde kinderen lastig omdat zij niet aan ons beeld voldoen; zij weigeren dat uniform aan te trekken. Waarom vinden wij dat zo lastig? Omdat het onze eigen rust verstoort.

Met Kerst wordt het beeld van dat onschuldige lieve kind in onze verhalen nog eens extra versterkt. Maar volgens mij was Jezus ook een lastig kind; hij weigerde al op jonge leeftijd bij zijn vader en moeder te blijven en ging als twaalfjarige volop in discussie met gezaghebbende volwassenen. Hij weigerde het uniform van kinderlijkheid te dragen, zoals hij trouwens later ook weigerde het uniform van de volwassenheid aan te trekken en dat kostte hem de kop.

Kinderen doen een beroep op ons: behandel mij met respect, ik ben een volwaardig mens! Op deze wijze over kinderen denken is lastig, het verstoort onze rust…

Arie de Bruin

 

 Zie voor eerdere columns bij Archief (eerder verschenen columns)

 http://korczak.nl/stichting/columns/