De nieuwste column van Arie de Bruin (oktober 2019)

Elk kind heeft recht op zijn eigen dood.  

Een uitspraak van Janusz Korczak, de Joods-Poolse pedagoog die als directeur van een Joods weeshuis in Warschau in 1942 samen met tweehonderd kinderen en enkele begeleiders werd vergast in Treblinka. In eerste instantie zou men denken dat die uitspraak een protest was tegen de praktijken van de nazi’s, maar Korczak schreef dit al rond 1920, lang voordat er sprake was van massale deportaties en moordpartijen op Joodse en andere kinderen.

Korczak is één van de belangrijkste grondleggers van de rechten van het kind. Hij formuleerde tijdens de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog zijn Magna Charta voor de rechten van het kind, waarin onder meer dit recht is opgenomen. Deze uitspraak was vooral paradoxaal bedoeld: een kind heeft recht op zijn eigen leven, en daarmee ook op zijn eigen dood. Bewust formuleerde hij het zo. Bij het leven hoort immers de dood. Hij verzette zich tegen een pedagogiek waarin kinderen gezien worden als onaffe, onmondige wezens die nog mens moeten worden. Een kind is een volwaardig mens en verdient als zodanig alle respect en rechten. Met alle goede bedoelingen van ouders en andere opvoeders worden kinderen vaak tot object gemaakt in plaats van het subject dat zij zijn. Er wordt voor hen beslist en vele risico’s worden weggehaald bij het kind. “Uit angst voor de dood van het kind, ontnemen we hem het leven”, schrijft hij in zijn beroemde boek Hoe houd je van een kind.

Als kinderarts werd hij zeer regelmatig geconfronteerd met het lijden van ernstig zieke kinderen en hij verwonderde zich over de soms verrassend zorgvuldige manier waarop kinderen over hun eigen dood konden spreken. In zijn dagboek schrijft hij: “Euthanasie, het mag niet. Maar we mogen er toch wel over praten!” In een tijd dat actieve levensbeëindiging ook voor volwassenen nog onbespreekbaar was, pleitte hij al voor het recht van elk mens en dus ook van elk kind op een waardig sterven, het recht op je eigen dood.

Des te opmerkelijker is het dat wij anno 2019 deze discussie nog steeds voeren als het om kinderen tot 12 jaar gaat. Voor volwassenen hebben wij een en ander geregeld en voor baby’s tot 1 jaar en voor kinderen vanaf 12 jaar gelden wel weer aparte regels. Maar kinderen tot 12 jaar zijn van alle vormen van actieve levensbeëindiging uitgesloten, zelfs bij uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Waarom heeft de wetgever hier een uitzondering gemaakt? Waarschijnlijk met het argument dat kinderen tot die leeftijd nog wilsonbekwaam zouden zijn. Ook bij andere medische handelingen geldt dit. In de WGBO (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst) staat o.m.: Bij kinderen tot 12 jaar is de toestemming van de ouders/voogden vereist. Toestemming van het kind is niet nodig, maar deze heeft wel recht op informatie. De arts moet de voorlichting afstemmen op het bevattingsvermogen van het kind.

Euthanasie bij jonge kinderen tot 12 jaar is altijd onmogelijk.

Waarom dit onderscheid? Omdat we in onze samenleving uitgaan van een kindbeeld, waarbij kinderen gezien worden als onvolledige mensen. Maar Korczak schrijft: “Er bestaan geen kinderen, het zijn mensen. Hun verstand heeft slechts een andere reikwijdte.” Een kind hoeft geen mens te worden, dat is het al. En het beschikt over alle eigenschappen die bij het mens-zijn horen: het kan denken, het kan voelen, en elk mens heeft de Ander nodig om mens te zijn. Kinderen hebben volwassenen nodig, zoals die hen ook nodig hebben om mens te kunnen zijn. Korczak: “Wie vraagt het kind om zijn mening en zijn instemming?” Er zijn vele mensen wilsonbekwaam, maar dat zit ‘m niet in een leeftijdsgrens. Elk mens heeft de ander nodig die hem met respect behandelt en zijn mening respecteert.

In een artikel in NRC van 30 september jl. waarin de problematiek van euthanasie voor jonge kinderen aan de orde komt, staat “Kinderartsen blijken behoefte te hebben aan een regeling die actieve levensbeëindiging voor jonge kinderen mogelijk maakt”. Nee, niet die artsen maar kinderen hebben er behoefte aan, en zij hebben er recht op!

In het genoemde artikel wordt gesproken over het belang van overleg met de ouders. “Ouders willen dat hun kind waardig sterft. Dat is het enige wat ze nog voor hun kind kunnen doen.” Natuurlijk willen ouders dat, maar het gaat er ook om wat het kind wil! We zullen moeten leren om met de kinderen zelf te durven praten en naar hen te luisteren. Leeftijdsdiscriminatie is hier niet op zijn plaats.

Om met Korczak te eindigen: ‘Children are not the people of tomorrow, but are people of today. They have a right to be taken seriously, and to be treated with tenderness and respect’. 

 

 

 http://korczak.nl/stichting/columns/