De nieuwste column (juli 2017)

 

Wat wil jij later worden?

“Kinderen zijn toekomstige mensen, zegt men. Zij zijn pas in wording, ze bestaan eigenlijk nog niet helemaal, ze horen er voorlopig nog niet bij… 

Wat bedoelt men daar toch mee? Wij kinderen: leven wij dan niet, voelen wij dan niet, lijden wij dan niet, net als volwassenen? En de kinderjaren: zijn die dan geen deel van het echte leven, gewoon van iedereen? Waarom willen ze ons laten wachten, en waarop?”

(UIT: J. Korczak, Als ik weer klein ben)

“Het leven maakt van dromen werkelijkheid; uit honderd dromen van de jonge mens ontstaat één standbeeld van de werkelijkheid”

(UIT: J. Korczak, Hoe houd je van een kind?)

De toekomst, wat weten wij er eigenlijk van? Hoe zal die er uit zien, wat heb je dan nodig? Wie zegt, dat wij dan nog leven en deel zullen uitmaken van die toekomst?

In de opvoeding draait een groot deel van de activiteiten om later. Het hele onderwijs staat in het teken van “later als je groot bent”. Voortdurend geven we kinderen de suggestie dat hun bestaan er nu nog niet toe doet, dat ze vooral heel goed hun best moeten doen zodat ze later iets kunnen worden. We doen weliswaar verwoede pogingen om het huidige bestaan van een kind zo aangenaam mogelijk te maken: we creëren een kindvriendelijke omgeving, een rijke leeromgeving, we zeggen dat het kind centraal staat en we sluiten aan bij hun behoeften en belevingswereld. Maar dat alles neemt niet weg dat wij hun huidige bestaan toch eigenlijk onder de maat vinden, het is nog maar kinderspel. Wil je serieus genomen worden, dan moet je dat kinderlijke afleren.

De zin van het leven zit niet in een duistere toekomst, maar vooral in het hier en nu. In de opvoeding offeren we soms het geluk en de zin van het bestaan op aan een vage zingeving in een vage toekomst. “Waar leren we dit voor, meester?” “Ja, dat heb je nodig voor later….” … terwijl de meester beslist niet kan overzien of je dit later inderdaad nodig zult hebben.

Moeten kinderen dan niet ontwikkeld worden zodat zij later zelfstandig kunnen deelnemen aan de samenleving? Nee, het moet niet door ons ontwikkeld worden, het ontwikkelt zichzelf. Wanneer de opvoeder er in slaagt het leven hier en nu zin te geven, zal het kind zichzelf kunnen ontwikke­len  Een kind in groep 3 leert geen lezen omdat het later zo noodzakelijk is voor zijn carrière, het leert lezen omdat het nu zelf in een boek kan duiken, zelf een ver­haal kan lezen… en een heel klein briefje aan oma kan schrijven, omdat het kan dromen. En dat dit ook voor later handig is, is mooi meegenomen, maar dit is niet het doel!

Terwijl kinderen in het hier en nu floreren, zullen zij dromen over de toekomst, waarin ze nóg serieuzer genomen worden. Later als ik brandweerman ben, juffrouw, directeur, piloot, dokter, automonteur, voetballer. Hoe realistisch zijn die dromen?

Als je in een z.g. achterstandswijk op school zit moet je het toch niet al te hoog in je bol hebben. En als je dan ook nog met een enorme taalachterstand instroomt, zorgen de toetsresultaten wel dat je met beide benen op de grond komt. Maar… stel dat je als Marokkaans jongetje van tien droomt dat je later burgemeester wil worden van een grote stad?

Dat kan!!! Dat kan écht!!!

Gelukkig hebben al die Marokkaanse, Turkse, Ghanese, Kaapverdiaanse, Roemeense en Antilliaanse kinderen die in Rotterdam op school zitten het levende bewijs bij de hand!

Ik hoop dat Ahmed Aboutaleb vaak op de z.g. achterstandsscholen te vinden zal zijn om aan al die kinderen te laten zien dat denken in achterstanden onzin is en dat het leven van jouw dromen ook jouw werkelijkheid kan maken!

Arie de Bruin

Schermafbeelding 2017-07-05 om 11.09.05

Burgemeester Aboutaleb ontmoet kinderen van de Waalse school in Rotterdam bij de opening van ‘hun’ tentoonstelling

 Zie voor eerdere columns bij Archief (eerder verschenen columns)

 http://korczak.nl/stichting/columns/