"Grote mensen zijn niks beter"
(Janusz Korczak)

Wie was Janusz Korczak?

Janusz Korczak was een bijzondere man. Hij heeft veel voor kinderen gedaan. Vooral voor kinderen die geen ouders hadden en voor kinderen die het op een of andere manier moeilijk hadden. Hij werd ruim 140 jaar geleden geboren, in 1878 te Warschau in Polen. Hij heette eigenlijk Henryk Goldszmit; pas veel later heeft hij als schrijver de naam Janusz Korczak aangenomen.

Hij probeerde op alle mogelijke manieren de rechten van kinderen te respecteren. Hij wordt dan ook wel de grondlegger van de Rechten van het Kind genoemd. Je kunt hier zijn levensverhaal lezen.

 

Wie was Janusz Korczak?

(UIT: Nelianne de Boo, Alle tranen zijn zout, Utrecht APS 1995)

pastedGraphic.png                Janusz Korczak   werd ruim 130 jaar geleden geboren, in 1878 te Warschau in Polen. Hij heette eigenlijk Henryk Goldszmit; pas veel later heeft hij als schrijver de naam Janusz Korczak aangenomen. Hij werd geboren in een nogal rijk en deftig gezin en opgevoed als een heel net jongetje. Zijn ouders hadden liever niet dat hij met arme straatkinderen speelde. Toen Henryk een jaar of twaalf was, raakte zijn vader steeds meer overspannen en in de war, zo erg dat hij naar een ziekenhuis voor geestelijk gestoorde mensen moest. Daar is hij een jaar later gestorven. In het gezin betekende dat veel verdriet en armoede, want verzekeringen en uitkeringen waren er in die tijd nog niet. Daarom moest Henryk op de middelbare school en later als student allerlei karweitjes opknappen om de kost te verdienen voor zijn moeder en zusje. Toch bleef hij voor dokter studeren.

Als jonge dokter werkte hij in een ziekenhuis in Warschau. Soms kwam hij bij rijke mensen en soms bij arme mensen, die geen geld hadden voor medicijnen. Die hielp hij gratis. Zijn leven lang heeft hij geprobeerd iets voor armen te doen. Hij bleef geen huisarts, maar ging verder studeren als kinderarts. Hij studeerde toen in Berlijn en Parijs bij beroemde professoren. Naast zijn werk als arts deed hij ook vele andere dingen voor kinderen die het moeilijk hadden. Zo werkte hij hard mee aan vakantiekampen voor de allerarmste kinderen van Warschau.

Weeshuis

In die tijd waren er ook veel wezen, want door armoede en gebrek stierven heel wat mensen al jong. Maar weeshuizen waren er veel te weinig en ze waren bovendien helemaal niet fijn om in te leven. Samen met andere mensen heeft dokter Janusz Korczak toen geld ingezameld en een mooi, modern weeshuis gesticht. Hij werd directeur en ging er ook wonen, op een kamer tussen de slaapzalen van de kinderen. Het huis heette Dom Sierot (huis van de wezen).

Dit weeshuis werd in Polen heel beroemd, daarom noemen ze nu nog steeds kinderhuizen en scholen naar Korczak. Een van de meest opvallende dingen was dat kinderen er zich thuis voelden. Het was er gezellig en niet streng. Toch was Janusz Korczak zelf nooit met alles tevreden. Hij bleef altijd verbeteringen zoeken.

Bijzonder was dat elk kind in het weeshuis een eigen taak had. Bijvoorbeeld een stukje van het huis schoonmaken of voor de bloemen zorgen. In Polen en Israël leven nu nog mensen die als kind in dat weeshuis gewoond hebben. Zij herinneren zich nog steeds de fijne sfeer en de aardige oude dokter. Janusz Korczak zelf liep er gewoon tussen de kinderen rond in oude kleren. Hij hield ervan mee te doen met huishoudelijk werk. Het gebeurde nogal eens dat bezoekers hem voor de conciërge of zo aanzagen. Hij gedroeg zich dus helemaal niet als een deftige directeur achter zijn bureau.

Twee dingen kon hij erg goed. Altijd weer nieuwe spelletjes bedenken en prachtige, zelf bedachte verhalen vertellen. Die vertelde hij vaak ’s avonds, op de slaapzaal. Van de kinderen moest hij er soms iets aan veranderen. Zo ontstonden zijn kinderboeken. Verschillende daarvan, zoals Koning Matthijsje de Eerste, zijn in het Nederlands vertaald.

Kinderkranten 

Er was nog iets waar de dokter gek op was: op kinderkranten. In het weeshuis werd elke zaterdag een muurkrant voorgelezen en opgehangen. Alle kinderen schreven daar wel eens een stukje in. Janusz Korczak zelf ook; bijvoorbeeld over zoekgeraakte schoenen. Later heeft Janusz Korczak ook een kinderkrant opgericht, die elke week in heel Polen door duizenden kinderen werd gelezen. Hij was de enige volwassene die eraan meewerkte. Verder werd de krant alleen door kinderen volgeschreven. Ook de redacteuren, de bazen van de krant, waren kinderen. Er werd over allerlei zaken geschreven. Bijvoorbeeld over het plagen van meisjes door jongens en omge-keerd. En over armoede. En over onderwijzers, die te streng waren in hun ogen. 

De Kleine Revue, de krant die door kinderen werd gemaakt en door duizenden kinderen en   volwassenen werd gelezen.

De kinderen die iets schreven dat in deze krant geplaatst werd, kregen hier, net als volwassenen, geld voor. Ook de kinderen die in de redactie zaten, kregen betaald. Doordat hij in het weeshuis tussen de kinderen woonde en werkte, ging Korczak de kinderen steeds beter begrijpen. Hij heeft ook boeken geschreven over kinderen en hoe je met ze om kunt gaan.

Kinderen hebben recht op respect 

Korczak vond dat veel grote mensen kinderen maar slecht begrijpen. Ze snappen niet waar kinderen echt verdrietig of blij om zijn. De grote mensen willen kinderen steeds maar braaf en ijverig maken, maar ze vergeten vaak dat kinderen soms iets dwars zit en dat zij het moeilijk hebben omdat ze zoveel moeten leren en allerlei dingen niet mogen. Janusz Korczak was ervan overtuigd dat kinderen een heleboel kun-nen. Niet alleen hardlopen, rekenen en schrijven, voetballen, vechten en met poppen spelen. Maar ook: lief zijn voor andere kinderen, of voor grote mensen die verdriet hebben. En hij vond ook dat kinderen soms heel goed ernstige dingen begrijpen. Grote mensen zouden meer respect voor kinderen moeten tonen.

Een kinderrechtbank 

In het weeshuis liet Janusz Korczak een heleboel aan de kinderen zelf over. Zo kreeg elke nieuweling een ouder kind dat hem wegwijs maakte en ook een beetje beschermde. De kinderen hadden er ook een soort rechtbank die kleine straffen kon opleggen voor verkeerde dingen. Korczak zelf werd ook wel eens voor die rechtbank geroepen en veroordeeld!

Polen en het weeshuis 

Toen Janusz Korczak oud was, werd het voor hem steeds moeilijker. Polen was pas kort geleden vrij geworden van Rusland en Oostenrijk en Duitsland. Het was een erg arm land met veel ruzie tussen verschillende groepen. Het ergste was de haat tegen de Joden, die steeds groter werd. Dat was voor Janusz Korczak, zelf een Jood, heel droevig, want hij hield veel van Polen. Zowel van het land zelf als van zijn inwoners. Zo was hij iedere week ook te vinden in een ander weeshuis in Warschau, Nash Dom (ons huis). De directrice van dit weeshuis had veel van de ideeën van Janusz Korczak overgenomen.

Hij vond het ook verschrikkelijk voor de kinderen van zijn Joodse weeshuis dat ze in zo’n anti-joods land moesten leven. Soms werden ze op straat gepest.

De Tweede Wereldoorlog 

Toen de Duitsers in 1939 Polen binnenvielen en bezetten, ging het helemaal niet meer. In de eerste jaren van de oorlog hebben Janusz Korczak en zijn belangrijkste medewerkster, Stefa Wilczynska, hard moeten werken om te zorgen dat de kinderen nog eten en kleren hadden. Later werden ze met heel veel Joden opgesloten in het ghetto. Geen enkele Joodse inwoner van Warschau mocht meer samen met andere Polen in dezelfde straat wonen. Waarom eigenlijk niet? Iedereen heeft toch dezelfde rechten? Toch verloren in deze periode de Joden, en dus ook de Joodse kinderen veel, zo niet alle rechten. Uiteindelijk is het heel droevig met hen afgelopen.

De Duitsers hebben de kinderen met Janusz Korczak en andere medewerkers weggevoerd naar Treblinka, een concentratiekamp. Daar zijn ze vermoord. Janusz Korczak is vrijwillig bij de kinderen gebleven en met hen meegegaan. Want als hij gewild had, had hij met behulp van belangrijke vrienden stiekem kunnen ontsnappen. Maar ook toen wilde hij zijn eigen kinderen niet in de steek laten.

pastedGraphic_2.png

Waarom praten we nu nog over hem?

Als we aan Janusz Korczak terugdenken, is niet alles droevig. Er zijn immers nog steeds mensen die een fijne herinnering hebben aan dokter Korczak en zijn weeshuis.

Kinderen die voor de Tweede Wereldoorlog opgroeiden in zijn weeshuis, zijn soms net op tijd uit Polen weggevlucht. Verschillende van hen leven nu nog, bijvoorbeeld in Amerika, Canada, Frankrijk en Israël. Zij hebben voor altijd meegekregen in hun hart dat een rechtvaardige leefwereld voor kinderen mogelijk is.

En Janusz Korczak is ook nog steeds een belangrijk voorbeeld voor opvoeders; hij  leerde ons hoe je kinderen beter kunt begrijpen en hoe je ze kunt helpen en blij maken, zelfs als ze verdriet hebben. Het belangrijkste van Janusz Korczak is misschien wel zijn ontdekking dat kinderen heel veel voor elkaar kunnen doen. En dat zij al op jonge leeftijd mogen ontdekken dat ieder kind rechten heeft.

Standbeeld in Had Vashem (Jeruzalem) van Korczak en de kinderen.pastedGraphic_3.png

Rechten van het Kind

Kinderen zijn mensen, ze hoeven het niet te worden, ze zijn het al! Dat zei Korczak en daarom gaf hij kinderen rechten die normaal moeten zijn voor mensen: het recht op respect, het recht om te zijn wie je bent, het recht om vandaag te kunnen leven… 

Mede door zijn werk is veel later het Kinderrechtenverdrag gemaakt. Op de volgende websites kun je veel informatie vinden over de Kinderrechten:

 

Korczak schreef in zijn boeken heel vaak over de rechten van een kind. Hier zijn er een aantal die hij heeft opgeschreven:

  • Het kind heeft recht op liefde.
  • Het kind heeft recht op respect, respect voor zijn fouten, voor zijn tranen, voor zijn stralende ogen, voor wat klein is, voor zijn kapotte knie en zijn blauwe plek...
  • Het kind heeft het recht om in het heden te leven: hij heeft recht op de dag van vandaag (Korczak: "Kinderen zijn geen mensen van morgen, het zijn mensen van vandaag.”)
  • Het kind heeft recht op eigen beslissingen.
  • Een kind heeft het recht om te zijn wie hij is.
  • Het kind heeft recht op de beste omstandigheden om te groeien en zich te ontwikkelen.
  • Het kind heeft het recht om zichzelf te zijn. 
  • Het kind heeft het recht om fouten te maken.
  • Het kind heeft het recht serieus te worden genomen.
  • Het kind heeft het recht gewaardeerd te worden zoals hij of zij is.
  • Het kind heeft het recht om te verlangen, te eisen, te willen, iets te beweren en te vragen.
  • Het kind heeft het recht om geheimen te hebben.
  • Het kind heeft recht op een leugen, een bedrog, een diefstal. Maar hij heeft niet het recht om een leugenaar of dief te worden!
  • Het kind heeft recht op respect voor zijn bezittingen.
  • Het kind heeft recht op goed onderwijs.
  • Het kind heeft het recht om tegen onrecht te protesteren.
  • Het kind heeft recht op een kinderrechtbank waar hij kan oordelen en kan worden beoordeeld door zijn leeftijdsgenoten.
  • Het kind heeft het recht om te worden verdedigd in de jeugdrechtbank.
  • Het kind heeft recht op respect voor zijn verdriet, ook al is het voor het verlies van een steentje.
  • Het kind heeft het recht om alleen met God te praten.
  • Het kind heeft het recht op zijn eigen leven en zijn eigen dood.
 

Kinderboeken van Korczak


Korczak vertelde in zijn weeshuis heel vaak ’s avonds een verhaal. Sommige verhalen zijn uitgegroeid tot een mooi kinderboek. Veel van de ideeën van de kinderen verwerkte hij in de boeken. Enkele boeken zijn in het Nederlands vertaald:

 

 

1. "Koning Matthijsje de Eerste", Janusz Korczak (1928)
Uitgever: Van Goor, Amsterdam
ISBN: 90-00-02798-5


Wanneer Matthijsje zijn vader Stefan de Scherpzinnige opvolgt, is hij nog maar zes jaar. Hoe moet een jongen, die nog niet kan lezen en schrijven, koning zijn? Matthijsje is een kind-koning die niets te zeggen heeft. Zijn ministers vertellen hem precies wat hij moet doen en de ceremoniemeester weet precies hoe laat hij moet opstaan en hoe lang hij over zijn ontbijt mag doen (16 minuten en 35 seconden).

Maar door het hek van de tuin van het paleis maakt Matthijsje kennis met Freek en die vertelt hem wat er allemaal gebeurt in zijn land, dingen die de ministers voor Matthijsje verzwijgen. Dan breekt de oorlog uit. Freek trekt naar het front en Matthijsje besluit met zijn vriend mee te gaan. Een koning hoort in moeilijke tijden bij zijn volk, vindt hij. Na de oorlog keert Matthijsje terug in het paleis en besluit dat hij zich nooit meer de wet zal laten voorschrijven. Hij bepaalt dat er een kinderparlement komt. Niet alle grote mensen vinden dat leuk en het leven van Matthijsje loopt weer gevaar.

 

2. "Koning Matthijsje op het onbewoonde eiland", Janusz Korczak (1933)
Uitgever: Van Goor, Amsterdam, 
ISBN: 90-10-04478-5


Nadat de plannen van koning Matthijsje voor een kinderparlement internationaal de aandacht hebben getrokken, raakt de koning in moeilijkheden. Hij wordt afgezet en door een rechtbank veroordeeld tot het vuurpeloton. Op het laatste moment wordt dit vonnis omgezet in verbanning naar een onbewoond eiland.

Zal koning Matthijsje zich opnieuw alleen voelen, zoals hij zich tussen alle grote mensen in het paleis alleen voelde? Moet hij alle hoop laten varen of kan de vlag die hij voor alle kinderen van de wereld heeft bedacht hem helpen in zijn eenzaamheid?

 

3. Kajtus Tovenaar, Janusz Korczak (bewerkt door Karel Eijkman), Levendig Uitgever, ISBN 978 94 91740 42 8

Kajtus is een echte deugniet die kan toveren. Eerst heeft hij de grootste lol. Hij zet alle klokken vooruit en laat honden en katten vechten. Als de stad in grote chaos is, gaat de politie naar hem op zoek. Kajtus vlucht en komt in Parijs en Amerika terecht. Hij beleeft daar spannende en te gekke avonturen. Hij krijgt heimwee en gaat weer terug naar Warschau, naar zijn moeder en vader. En naar zijn vriendjes, met wie hij ook zonder te toveren kattenkwaad kan uithalen. Van zijn avonturen heeft hij geleerd dat als je echt iets wilt, het ook gebeurt. Maar je kunt niet alles willen, ook al kun je toveren, want je leeft niet alleen op de wereld.

 

Kinderboeken over Korczak

 

 

Er zijn verschillende kinderboeken in het Nederlands verschenen waarin de kinderen uit het weeshuis van Korczak een rol spelen.

 

1. “Mosje en Reizele”, Karlijn Stoffels Uitgever: Querido, Amsterdam, 1996, 158 blz.
 ISBN: 90-214-8353-X

Mosje Schuster is een Pool. Hij ergert zich aan die joden die Jiddisj spreken en in ‘rare zwarte jurken’ over straat lopen. Hij lacht de zionisten uit die zo dolgraag die gloeiende woestijn waar niets groeit willen gaan ontginnen. Mosje Schuster is een Póól die naar een Póólse school gaat.

Maar als zijn ouders sterven moet Mosje toch naar ‘het Instituut’: het joodse weeshuis dat de beroemde dokter Korczak in 1911 in Warschau heeft gesticht. Die Janusz Korczak woont er trouwens zelf ook.

Gepokt en gemazeld door het leven heeft Mosje de zwartste voorstellingen van dit instituut. ‘De riem gebruiken ze voor de echte straf, de oorvijgen gewoon voor tussendoor.’

Het is de zomer van 1939: de Duitsers maken zich op om Polen binnen te vallen. Het is ook het begin van een ongewone geschiedenis: die van Mosje en Reizele.

 

2. “De schaduw van de muur”, Christa Laird  Uitgever: Lemniscaat, Rotterdam, 1990, 137 blz.
ISBN: 90-6069-755-3

1942. Misha woont sinds een paar maanden met zijn twee zusjes in het weeshuis van Dr. Korczak in het getto van Warschau. Hun moeder is ernstig ziek en kan niet meer voor ze zorgen. Misha voelt zich verantwoordelijk voor zijn moeder en zijn twee zusjes. Regelmatig probeert hij illegaal het getto uit te glippen om waardevolle spullen te ruilen voor eten. Maar dit wordt moeilijker, want de Duitse soldaten treden steeds strenger op tegen de smokkelaars. Ook Dr. Korczak en mevrouw Stefa moeten hun uiterste best doen om eten te vergaren voor de weeskinderen, want er is gebrek aan alles. Met de dag wordt het dagelijks leven in het getto grimmiger en nemen de geruchten over een kamp genaamd Treblinka toe.

Dr. Korczak leidde ook in werkelijkheid samen met mevrouw Stefa een weeshuis in het getto van Warschau. Hij is een legendarische figuur die in en voor de Tweede Wereldoorlog zeer veel heeft gedaan voor joodse en niet-joodse kinderen. Hij was arts, pedagoog, leraar en schrijver van kinderboeken.

 

3. “Mijn stilte”, Ina Vandewijer

Uitgever: Infodok  ISBN 9789 059 082 601

Juli 1942. Helemaal onder het bloed komt Ester aan in Dom Sierot, het kinderweeshuis van de oude dokter en mevrouw Stefa. Ester praat niet meer. Enkel de flarden uit het verleden zitten in haar hoofd. Er is angst en afschuw. En vooral haar stilte.
De praatgrage Naomi neemt Ester mee op sleeptouw en toont haar de dagelijkse routine in het weeshuis. De dokter geeft Ester een schrift en een pen. Hij wil dat ze alles opschrijft. Zodat ze beetje bij beetje de draad van het leven weer kan oppakken.
Tijdens een bezoek aan Warschau maakte bekroond auteur Ina Vandewijer kennis met het weeshuis en de filosofie van dokter Korczak. Ze vond er inspiratie voor dit aangrijpende verhaal van de kinderen in het getto tijdens W.O. II. Een tijd vol waanzin, ondraaglijk verdriet en kleine sprankeltjes hoop.

 

“En het ergste is dat jullie ons, als iets niet lukt, van kwade wil verdenken. Maar soms heb je iets niet helemaal of niet goed gehoord, ben je iets vergeten, heb je iets niet of verkeerd begrepen. En dan denken jullie dat we dat expres doen.“
(UIT: J. Korczak, Als ik weer klein ben, Utrecht 1985)